Een man uit Bertem sticht een middelbare school in Leefdaal

Het schooltje

kind groet onderwijzer

Jan groet zijnen onderwijzer

Philippe-Jacques Coeckelbergs uit Bertem gaf gedurende de jaren 1839-1843 voortgezet zondagonderwijs in een privé-schooltje “beschermd door de gemeente Leefdaal”. De man was de enige leraar. Hij onderwees Frans en “Vlaemsch”. Waaruit de bescherming van de gemeente bestond is onduidelijk. Noch in de gemeenterekeningen, noch in de verslagen van de gemeenteraad is enig spoor te vinden. Het gemeentearchief bevat evenmin documenten die zouden kunnen wijzen op het bestaan van een dergelijk schooltje. Misschien bestond het gewoon in het kader van het zondagse volwassenenonderwijs. Houden wij het erop dat de lessen wellicht gegeven zijn in het gemeentelijke schoollokaal, dat zich samen met het gemeentehuis, “la maison communale”, bevond in een herberg bij de kerk.

Het bleef allemaal waarschijnlijk erg kleinschalig en liet weinig sporen na tenzij in een familiearchief. Maar er kwam een verrassende wending. De wet van 30 maart 1870 tot vermindering van de kiescijns voorzag een daling voor hen die sinds 1830 tenminste drie jaar middelbaar onderwijs hadden gevolgd in een openbare of privé-instelling. Men was in het toenmalige België alleen kiesgerechtigd indien men een bepaalde som aan cijns, een belasting betaalde. Een vermindering van de kiescijns betekende dus een voordeel bij de inschrijving op de kiezerslijsten.

Om de lijsten te herzien diende de provinciale bestendige deputatie de instellingen aan te duiden die een attest konden afleveren van middelbaar onderwijs. De “school van Coeckelbergs” bleek te voldoen aan de voorwaarden. Om daar onderwijs te volgen was het inderdaad noodzakelijk lager onderwijs te hebben doorlopen. Er werd vier jaar les gegeven of meer dan de vereiste drie jaar.

De familie Coeckelbergs

 De familie Coeckelbergs exploiteerde de watermolen op de Veronewijk permanent sinds 1716. Met de bijhorende middelgrote hoeve was het ongetwijfeld in die tijd een belangrijk bedrijf. De familie was welgesteld. Zij bouwde haar fortuin uit tijdens de Franse periode toen de landprijzen ineenstuikten door het massale verkopen van “zwart goed”, onteigende kerkelijke goederen. Bovendien kon zij rekenen op een paar vrij belangrijke erfenissen. Op basis van dit fortuin kon de jonge Philippe-Jacques een schitterende toekomst opbouwen. Hij was geboren in Bertem op 9 augustus 1813 en werd kandidaat in letteren en wijsbegeerte aan de Leuvense universiteit, een niet geringe prestatie voor een burgerzoon.

Zelf bouwde hij een mooie loopbaan uit. Hij werd gemeentesecretaris van Bertem en gaf les in de scholen voor volwassenen van Bertem en Leefdaal. En zoals vermeld gaf hij tijdens de jaren 1839-1843 voortgezet onderwijs in Leefdaal. Op 30 september 1843 werd hij leraar van het zesde leerjaar en op 26 september 1850 van het vijfde in het gemeentelijke college van Leuven.

Hij huwde in Leuven op 20 mei 1858 met Maria Staes, lid van een bekende Leuvense familie. Hun archief bleef bewaard. Philippe-Jacques nam ontslag als leraar in 1868 en overleed in Leuven op 1 april 1889.

 (dit artikel werd oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd in de “huiskrant” van Sint-Bernardus en het Dienstencentrum De Blankaart te Bertem)
Dit artikel is geplaatst in Geschiedenis. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.