De randfederatie Tervuren

De wet van 21 juli 1971 “houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten” was een poging om een zekere schaalvergroting van de plaatselijke gemeenschappen te bereiken. De wet richtte vijf federaties rond Brussel op. Naast samenwerking was een poging om de verfransende invloed van de Brusselse agglomeratie in te dammen. Een aantal min of meer al “aangetaste” gemeenten werden opgenomen in een meer homogeen Vlaams geheel. De federatie Tervuren telde het kleinste aantal inwoners van de vijf. Zij omvatte de toenmalige gemeenten Tervuren, Duisburg, Hoeilaart, Huldenberg, Leefdaal, Loonbeek, Neerijse, Ottenburg, Overijse, Sint-Agatha-Rode en Vossem. Leefdaal verzeilde op die wijze in een geheel waarop de gemeente eigenlijk niet volkomen was afgestemd.

De bevoegdheden van de federatie waren eerder van technische aard: de samenwerking van de politiediensten, het ophalen en verwerking van het huisvuil, de waterbeheersing, het bezoldigde personenvervoer, de economische expansie, het leefmilieu, de brandweer, de dringende medische hulpverlening en sommige aspecten van de ruimtelijke ordening. De federatie kon andere bevoegdheden uitoefenen op verzoek van een of meer deelgemeenten.

De verkiezingen voor de federatieraad gebeurden op 21 november 1971. Men kent de uitslag per afzonderlijke gemeente. Op die wijze kreeg men een inzicht in de politieke gezindheid ingedeeld naar de zogenaamde nationale partijen, ook in gemeenten waar gewoonlijk (alleen) lokale lijsten werden ingediend. Aan de verkiezingen voor de raad van de federatie Tervuren namen naast de traditionele partijen, de christen democraten, de liberalen en de socialisten, ook een aantal taalpartijen deel: de Volksunie, een lijst “Liberté-Démocratie” – hoofdzakelijk aanhangers van het Brusselse FDF – , een tweetalige liberale lijst en een scheurlijst van de Franstalige liberaal Mundeleer.

De verkiezingen hadden plaats in een verhitte sfeer na de taalwetten van 1968 en de splitsing van de Leuvense Universiteit. De Franstalige en gemengde lijsten haalden niet het verhoopte succes. Winnaars waren de Christen Democraten en de Volksunie die samen het federatiecollege vormden. Vijf kandidaten uit Leefdaal stonden op Vlaamse lijsten. Het stemmenaantal van elk van hen was behoorlijk, rekening gehouden met het feit dat zij een van de kleinere deelgemeenten bewoonden, die niet aanleunde bij de grote drie: Overijse, Tervuren en Hoeilaart. Albert De Keyzer uit Leefdaal bracht het zelfs tot eerste federatieschepen.

De federatie kreeg weinig tijd om haar nut te bewijzen. Zij vestigde haar administratie in Overijse, de volksrijkste gemeente. Uit het archief blijkt dat hard was gewerkt aan allerlei dossiers. Men richtte zelfs een dienst voor maatschappelijk welzijn op waarbij Leefdaal onmiddellijk aansloot. Een nieuwe wet op de samenvoeging van gemeenten maakte de randfederaties min of meer overbodig. Zij werden op 1 januari 1977 afgeschaft. Leefdaal versmolt met Bertem en Korbeek-Dijle tot een nieuwe fusiegemeente Bertem. Zij nam plaatselijk de bevoegdheden van de federatie Tervuren over. De noodzakelijke samenwerking met andere gemeenten verloopt nu in een wat disparate reeks van intercommunale verenigingen.

 (dit artikel werd oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd in de “huiskrant” van Sint-Bernardus en het Dienstencentrum De Blankaart te Bertem)
Dit artikel is geplaatst in Geschiedenis. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.