Een openbare waterput in Vrebos – Leefdaal

Op 26 juni 2012 keurde de gemeenteraad van Bertem de voorwaarden goed voor de verkoop van het perceel “oude waterput”, groot acht (of tien) centiare, op de wijk Vrebos langs de Grensstraat in Vrebos – Leefdaal. De waterput was al lang dichtgegooid. Het perceeltje vormde een inham in de eigendom van Maurice Smets. De raad was unaniem akkoord met het voorstel. Op die wijze kon een begin worden gemaakt met de afwikkeling van de oude geschiedenis van de openbare waterputten van de gemeente Leefdaal. Men vindt ze uitvoerig beschreven in De Horen, het blad van de Heemkundige Kring van Tervuren en (toen nog) Leefdaal, 2001/1, p. 42-48.

Het dorpscentrum van Leefdaal ligt grotendeels in de Voervallei. Het levensnoodzakelijke water uit de ondergrond was er gemakkelijk bereikbaar. Erger was de toestand in de gehuchten Coige en Vrebos die elk rond een belangrijke hoeve op de noordelijke heuvelrug waren ontstaan. Drinkbaar water was alleen op grote diepte beschikbaar. Het slaan van een eigen put was voor de armere inwoners te duur.

In 1898 vroegen enkele inwoners van Coige aan het gemeentebestuur om een openbare waterput ten dienste van de ganse bevolking. Het bestuur weigerde pertinent. Het bleef zoals gewoonlijk gekant tegen elke niet strikt verplichte uitgave. De afwijzing was weinig sociaal en getuigde evenmin van grote politieke flair. Het drinkwaterprobleem had op dat ogenblik de volle belangstelling van de hogere overheid. De arrondissementscommissaris pikte de negatieve stemming niet. Het gemeentebestuur bevestigde toch zijn beslissing. Het boog alleen onder de bedreiging van het aanstellen van een speciale commissaris die de gemeenteraad terzijde zou schuiven.

De toestemming was niet van harte. Het bestuur trachtte de zaak met alle middelen op de lange baan te schuiven. Het handelde alleen na boze brieven “van hogerhand”. De inwoners van Coige kregen uiteindelijk voldoening in 1901. Het dossier was hiermede niet opgelost. Ook de inwoners van Vrebos hadden in 1889 een openbare bornput gevraagd in een brief aan de Brabantse gouverneur. Hier bleek het probleem nog moeilijker. Het gehucht ligt nog een paar tientallen meter hoger dan Coige. De beste oplossing was een overeenkomst met de gemeente Everberg aan de overzijde van de Grensstraat. Genoeg om jarenlang te kibbelen over de verdeling van de kosten. Tot de buurgemeente uiteindelijk een eigen put liet slaan. De inwoners van Vrebos – Leefdaal werden de toestand beu. Zij kregen de volledige steun van de provinciegouverneur. Ten slotte kocht het gemeentebestuur het perceeltje grond waarvan hierboven sprake. De put kwam er in 1913 na een publieke aanbesteding.

Het verhaal is niet ten einde. Leefdaal onderhield zijn putten niet of weinig. Herstellingen werden met vertraging uitgevoerd. In 1920 vond Everberg het welletjes. De Leefdaalse pomp in Vrebos was stuk. De inwoners gingen voortdurend water halen bij de buren. Everberg vroeg daarom een tussenkomst in de kosten van zijn pomp. De gouverneur steunde de vraag. Meer zelf, hij eiste met kracht dat de Leefdaalse put dringend zou worden hersteld. Wat gebeurde. Het was niet de laatste herstelling.

De definitieve oplossing kwam na de oorlog 1940-1945. De Nationale Maatschappij van Waterleidingen begon met het oppompen van water in de Voervallei. Het niveau van de grondreserves daalde onrustwekkend. De particuliere putten gaven niet meer het gewenste debiet. De aanleg van openbare leidingen in de ganse vallei werd onvermijdelijk. De gemeente Leefdaal kreeg ze in 1950-1954. De putten in Coige en Vrebos konden worden gedempt. Zij bevatten geen water meer, maar bleven een gevaar voor ongevallen. De laatste episode begon met de gemeentebeslissing van 26 juni 2012.

 (dit artikel werd oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd in de “huiskrant” van Sint-Bernardus en het Dienstencentrum De Blankaart te Bertem)
Dit artikel is geplaatst in Geschiedenis. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.