Het huis van de doktersfamilie Tielemans, Armand Devriesestraat 4

Huis van dokter Thielemans

Op deze plaats stond eeuwenlang het prestigieuze Hof van Schollenberg, een leen van de dorpsheer, dat een bewogen geschiedenis kende. De huidige herenwoning is rond 1850 gebouwd door Franz Tielemans, geneesheer, in zuivere Lodewijk XVI- of classicistische stijl. Alle herinneringen aan de streekeigen, traditionele stijl zijn verdwenen. Geen scherp, hoog dak meer maar een tentdak. De bijgebouwen met het koetshuis zijn typisch voor de tijd van de opkomende burgerij. Na Franz Tielemans bewoonde zijn zoon Louis, eveneens geneesheer, het huis. Beide waren in hun tijd de grote figuren van de Filharmonie, de oudste muziekvereniging van de streek. Een broer van Louis, Justin, was jarenlang burgemeester van Leefdaal.

Rond 1900 wilden de erfgenamen Tielemans een luciferfabriek in de gebouwen installeren. Het project werd gelukkig door graaf de Liedekerke, de kasteelheer, neergesabeld. Op die wijze redde hij de fraaie omgeving van de ondergang.

Uiteindelijk kwam het ganse domein in handen van de kasteelheer, die het ter beschikking stelde van een reeks van hoofdzakelijk Franstalige bewoners. Zij bedachten het met verschillende namen “Château des Olmes”, “Les Marronniers”. In de dertiger jaren van de vorige eeuw diende het gebouw, na de brand van het klooster van de zusters van de H. Jozef, een tijdlang als kleuterschool. De huidige eigenaar, graaf Francois de Liedekerke, liet het gebouwencomplex restaureren. De bepleistering is helaas verwijderd.

Leefdaal telt op zijn Dorpstraat nog ettelijke dergelijke herenhuizen, zij het dat zij niet altijd kunnen bogen op een dergelijke prachtige entourage. Zij geven een beeld van de macht van de burgerij in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Willy Brumagne.


Dit artikel is geplaatst in Geschiedenis. Bookmark de permalink.

4 Responses to Het huis van de doktersfamilie Tielemans, Armand Devriesestraat 4

  1. Pingback: Lied “Leefdaal vroeger” | Leefdaal

  2. Johan Morris schrijft:

    De eerste bewoners van het huis waren dus dokter Frans Tielemans en zijn echtgenote Catharina Janssens. Zoon Petrus Franciscus trouwde in Tervuren met Maria Timmermans en werd daar dokter. Zoon Ludovicus huwde Elisabeth Ferdinanda De Coster en was eveneens dokter. Redenen genoeg om de straat waar de familie woonde de “doktoorstraat” te noemen, zoals ze in de volksmond nog altijd heet.
    Zoon Justinus huwde Maria Ludovica De Coster – een zus van zijn schoonzus – en was een tijdje burgemeester. Zoon Carolus verkoos het notarisambt.
    Dochter Amelia Maria huwde advocaat Bernardus De Coster, jawel, de broer van de 2 schoonzussen. En dochter Maria Josepha Therezia trouwde met Joannes Franciscus Van Hamme, geboren Bertels, aangenomen zoon van J.A. Van Hamme die burgemeester was van 1836 tot 1848 en als dusdanig het reglement van de Jongmansgilde goedkeurde op 6/10/1839.
    Het is bijna zeker dat de zonen Tielemans tot aan hun huwelijk deel uitmaakten van de “Jefkes”, opgericht voor en door de Leefdaalse High Society van die tijd. De “wip” stond trouwens zo goed als in hun achtertuin.

  3. Elizabeth schrijft:

    My family and I lived in this house from 1996 until 1998, rented from the Count and Countess of Liedekerke. Although the house had seen grander times, it was a treat to have been able to live in it with it’s beautiful curved staircase and well-proportioned rooms. When I cleaned out the attic, I found military notebooks and maps in an old water tank, written in French. Did the French Resistance hide there?

  4. Derom schrijft:

    Het hof Schöllenberg//Schaillenberg was een onderleen van de kasteelheer van Leefdaal. De bewoner was geen eigenaar van zijn hof maar de pachter van de heer die op zijn beurt een leenman was van nog een hogere leenheer (leenstelsel, tot Franse revolutie). Het geven van een pacht gebeurde meestal als dank voor bewezen diensten of in ruil voor (soms militaire) bijstand en belastingen. De heer op zijn beurt, of zijn voorvader de eerste heer van Leefdaal, had zijn kasteel en leen gekregen van weer een hogere leenheer, hier de hertog van Brabant in de 13e eeuw. De pachter van een hof was afhankelijk van het kasteel, maar had meestal ook nog eens verplichtingen aan een abdij, kerk of geestelijke waaraan hij tienden te betalen had. Hij had 2 meesters die nu rechten en inkomsten claimden. Een leen was overdraagbaar door erfenis of verkoop, of kon gesplitst worden in onderlenen.
    De pachten werden gegeven aan voorname families uit het dorp die er meestal ook een bestuursfunctie bekleedden. Zo woonden de familie Keyaerts, de belangrijkste, die van de drossaard op het grootste en rijkste hof van Leefdaal , het hof “Ter Caudyck”, later het Hof van Blijenberg, achter in de Blankaartstraat. Drossaart of meier was toen de naam voor een soort burgemeester die bestuurde in naam van de kasteelheer. De bestuursfuncties meestal in de familie doorgegeven.
    Een zoon en latere meier Guilliam Keyaerts was een van de eerste pachters van het Schollenhof, daarna nam schoonzoon Martinus Vander Elst de functie en woonst over.(17e eeuw)
    Zo kwam het dat rond 1800 het echtpaar Vander Elst Philippus en Servranckx Elisabeth pachters waren op Schollenberg. Het was een van de grotere hoven. Philippus overleed in 1818 zonder geschikte zoon/erfgenaam. De weduwe was verplicht het hof te verlaten samen met de 3 overgebleven (van de 8) jonge kinderen. Het goed werd overgenomen door de eerste dokter van Leefdaal: Frans Tielemans die de hoeve liet afbreken en er een nieuwe woonst liet bouwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.