De Voer

Pentekening van Marcel Michiels

De Vlaams-Brabantse Voer heeft haar bron in het Kapucijnenbos te Tervuren op een hoogte van ongeveer tachtig meter boven de zeespiegel. Via de vijvers van de Warande loopt ze door de dorpen Vossem, Leefdaal en Bertem naar Leuven waar zij uitmondt in de Dijle op een hoogte van circa vierentwintig meter. De beek is ruim vijftien kilometer lang. Het verval, dat in de bovenloop vrij belangrijk is, bedraagt gemiddeld vijf meter per duizend.

De Voer heeft geen bijrivieren tenzij enkele vlietjes die een aantal waterbronnen verbinden met de beek. Haar bekken heeft een oppervlakte van ongeveer 5.130 hectare. Het is langgerekt van vorm met een breedte die schommelt tussen drie en vier kilometer.
De beek onderging belangrijke menselijke ingrepen: aanleg van vijvers, oprichten van verschillende watermolens, een zekere kanalisatie van bepaalde trajecten en te Leuven de overwelving van haar bedding. Toch behoort haar loop tot de meest natuurlijke van Vlaanderen. Sommige delen van haar vallei zijn betoverend mooi.
Anderzijds is de Voer een van de meest vervuilde Vlaamse beken. Pogingen om dit te verhelpen zijn altijd gestrand op betwistingen van het soort “niet in de achtertuin” die door de ingewikkelde besluitvorming in ons land tot nu toe geen oplossing kregen.
“Voer”, oorspronkelijk Fura of Furo, is een wijd verspreide Germaanse waternaam (cfr. de Limburgse Voer, de Veurs, de Vurre) met een aantal afgeleide plaatsnamen (Tervuren, Voeren, Veurne). In essentie betekende Fura of Furo “de glijdende”, “de stromende”, “de voerende”, kortom “waterloop, beek”.
Willy Brumagne.
Dit artikel is geplaatst in Geschiedenis. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.