De geschiedenis van de Leefdaalse schuttersgilden

Schuttersgilden bestaan al eeuwen in onze gewesten. Zij zijn onstaan uit broederschappen, samenwerkingsverbanden om elkaar te helpen bij natuurrampen en ziekten, maar ook bij roof, plundering en brandstichting al dan niet door rondtrekkende legerbenden. Naast de bescherming van dorp en kerk kregen zij allengs de opluistering van de kerkelijke en wereldlijke feesten als taak. Een eerste spoor van een gilde te Leefdaal vindt men in 1627. Toen vergaderden de schepenen van het dorp in het schuttershuis.

In 1664 bracht een wellicht heropgerichte Sint-Sebastiaangilde een openbare hulde aan het Heilig Sacrament met de opvoering van een geestelijk spel.
In 1668 bestond eveneens een jongmansgilde want de zoon van drossaard Willem Keyaerts, Jan-Baptist, die kwam te overlijden, was er de voorman van.

1668-overlijdensregister-kapitein-Keyaerts

Al in 1648 schreef pastoor De Metser trouwens dat de jongmans van Leeffdaele een offererande brachten tot een nieuwen Tabernakel om boven t’hooge S.Sacrament te dragen in de processie. Of deze jongmans een echte gilde vormden is mogelijk maar niet volkomen zeker.
Betere bewijzen van het bestaan van de gilden zijn twee zilveren breuken die gelukkig bewaard bleven. Zij werden besteld bij zilversmid Laureys Wijnants uit Leuven, gestorven in 1676. De eerste breuk, met een afbeelding van Sebastiaan, hoorde destijds toe aan de mansgilde, dit is de gilde voor gehuwden, de tweede, met een O.L.V.-beeld, is vervaardigd tijdens de periode 1665-1670 en was eigendom van de jongmansgilde, de gilde van de vrijgezellen.

De toenmalige pastoor Willem De Metser (1646-1683) bleek erin geslaagd de gilden te integreren in zijn evangelisatieproject. Een paar van zijn opvolgers waren vooral de jongmansgilden minder gunstig gezind. Zij namen aanstoot aan de fuiven, zeg maar uitspattingen, die niet altijd vreemd zijn aan jeugdfeesten. In juni 1688 barstte de bom. Terwijl jongens en meisjes heimelijk samen speelden en dansten, een gruwel voor de weldenkenden in die dagen en daarbij verboden sinds 1687, trad pastoor Nicolaus Des Moulins (1684-1692) op. Het was een harde, strenge herder. Het bleef niet bij vermaningen, zodanig dat de jongmansgilde in beroep ging bij de kerkelijke overheid. Het leidde tot een proces op het aartsbisdom tussen de pastoor en de jeugd van Leefdaal, leden van de gilde.

De 18de eeuw begon slecht voor de gilden. Een stroom van verbodsbepalingen beperkte hun voorrechten en activiteiten. Philips V verbood in 1701 de jongmansgilden; Karel III sloot in 1711 een ontsnappingsmogelijkheid: vrijgezellen mochten niet meer aansluiten bij de gilden van de gehuwden. In hetzelfde jaar verbood het vicariaat van het aartsbidsdom Mechelen het gaaischieten op de kerktorens. Het misbruik bleef evenwel bestaan. De Raad van Brabant vaardigde tenslotte een decreet uit dat de praktijk radicaal uitsloot.

Dat alles betekende niet het einde van de gilden, zelfs niet van de jongmansgilden. Lang niet alle pastoors waren tegen hen gekant. Integendeel, telkens als de bisschoppen in het Ancien Régime hervormingen trachtten door te voeren die tegen de bestaande gebruiken ingingen stuitten zij op het lijdzame verzet van een deel van de parochieherders. Zij vreesden dat de uitvoering van de bisschoppelijke beslissingen hen van hun kudde zou vervreemden. Nog sterker was de weerstand van de plaatselijke machthebbers die in elke verandering van de hogere overheid een aanslag zagen op hun verworven rechten.

Wat er te Leefdaal gebeurde is niet echt duidelijk. Het wipschieten bleef, zoals overal in Brabant, gedurende de ganse 18de eeuw een favoriete vrijetijdsbesteding. In 1738 is nog een reglement van de Sint-Sebastiaansgilde opgesteld.

In 1783 ontbond keizer Jozef II alle gilden. De weerstand was algemeen. Het was een van de oorzaken van de Brabantse omwenteling. Jozef stierf in 1790. Zijn opvolgers Leopold II en Frans II milderden het beleid van hun voorganger. Maar het einde was nabij. Op 28 april 1798 schafte de Franse Republiek alle gilden af. Hun eigendommen dienden als nationaal goed verkocht. Alles wat kon verdwijnen verdween uiteraard onmiddellijk. De breuken van de Leefdaalse gilden bleven gespaard.

Later startten de gilden opnieuw in vele gemeenten. De jongmansgilde werd te Leefdaal heropgericht in 1839. Of er enig verband was met de muziekvereniging, de Philharmonique de Leefdael, die een jaar later onstond, is een open vraag.

De mansgilde van Leefdael, Sint-Sebastiaan, werd heropgericht op 20 januari 1868. Wellicht werden alleen de geldende regels gepreciseerd, verfijnd en/of strenger gemaakt. De gilde bestond immers al tijdens de vorige jaren. Op een feestzitting op het gemeentehuis in 1906 werd immers een gildenbroeder gevierd met 41 jaar trouwe dienst.

Vermoedelijk zijn de gilden allengs in het vaarwater beland van de Philharmonie. Zij hadden immers nood aan muzikanten, die alleen de muziekvereniging kon leveren. Bovendien behoorden de leidende figuren van gilden en harmonie tot dezelfde stand: de burgerij.

In 1875 werd een nieuwe muziekvereniging opgericht, de fanfare Sint-Lambertus, die een geduchte dorpspolitieke rivaal zou worden van de oude philharmonie. Sindsdien staat deze laatste bekend als “nummer één”; de fanfare als “nummer twee”. Het gekrakeel tussen beide was zo erg dat in 1902 zowel de mans- als de jongmansgilde splitsten.

Uit een besluit van de gemeenteraad van 1905 blijkt dat er in het dorp vier gilden bestonden: de mansgilden Sint-Paulus en Sint-Sebastiaan en de jongmansgilden Sint-Jan en Sint-Lambertus. Bovendien had de philharmonie een “Mekes”-gilde opgericht. Niet meer de dorpsheren of de geestelijkheid maar de dorpspolitieke partijen hadden de gilden in hun greep.

De heiligennamen raakten vlug vergeten. Iedereen sprak van de Jefkes en de Pekes van nummer één en de Jefkes en Pekes van nummer twee. Ter verduidelijking: een “Jefke” is zoals Sint-Jozef, niet gehuwd; een “Peke” is in de volksmond een oud mannetje; een “Meke” een oud vrouwtje.

De philharmonie behield de oude vlaggen en de breuk van de oude OLV-gilde. De Sint-Sebastiaanbreuk werd meegenomen door iemand die zich beter thuis voelde bij de fanfare. Om het verlies voor nummer één te compenseren schonk hun lokaalhouder, Alfons Van Esch, een andere breuk. Waar ze vandaan kwam is een raadsel.

Na wereldoorlog 1914-1918 stierven de gilden voor gehuwden een stille dood. De jongmansgilden bloeiden daarentegen als nooit te voren. In 1939 vierde de jongmansgilde nummer één, grondig zoals het past, haar honderdste verjaardag. Ter dier gelegenheid kwam de verwante pekesgilde weer tot leven. Zoals vroeger gebruikelijk werd er ook opnieuw gevendeld.

1939 - heroprichting Pekes

1939 – heroprichting Pekes

Na de tweede wereldoorlog hernam de activiteit van de gilden, zij het op een laag pitje. Van de gebruikelijke drie feestdagen bij de koningsschieting bleef alleen de zondag over. Op de koningsschieting 1956 van de Jefkes van de nummer één waren er maar negen present. De sociaal-economische context was volledig veranderd. De overgang van een dorp van hoofdzakelijk zelfstandige landbouwers naar een meerderheid van pendelende werknemers ging snel. Werknemers zijn uiteraard gebonden aan een strenger werkschema dat rekening diende te houden met de regels van de sociale verzekering.

De rivaliteit tussen de beide muziekverenigingen heeft de gilden gered, al leden zij een statusverlies. Zij kenden een opflakkering rond 1980. Een aantal gestudeerden en niet-dorpsbewoners toonden belangstelling. Een Nederlander schoot zich zelfs koning van de Pekes van nummer één in 1983.

Later verslapte de belangstelling opnieuw enigszins en dienden de jongmansgilden meer en meer een beroep te doen op jonge deelnemers. Toch richtte de fanfare Sint-Lambertus nog een gilde van gehuwden op die vreemd genoeg de naam “Mamers” kreeg. “Mamer” is een verbastering van het Franse “membre”, “lid” (van de muziekvereniging. Bij de Philarmonie brachten “Mekes”, vrouwelijke vrouwengildeleden, vanaf 1979 opnieuw versterking.

Willy Brumagne.

  • Wil je meer weten ? Lees “De Horen” (driemaandelijks ledenblad van de Heemkundige Kring Tervuren-Leefdaal), 1999-4 pg. 175-184.
  • Zie ook website Jefkes, Pekes en Mekes
Dit artikel is geplaatst in Geschiedenis. Bookmark de permalink.

3 Responses to De geschiedenis van de Leefdaalse schuttersgilden

  1. Pingback: De jongmansgilden | Leefdaal

  2. Pingback: De jongmansgilden van Leefdaal in woord en beeld | Leefdaal

  3. Pingback: De jongmansgilden van Leefdaal in woord en beeld | Jefkes, Pekes en Mekes Leefdaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.