“De bekering van Hubertus” van G. De Crayer

Gaspar De Crayer (1584-1669) was een belangrijk Zuid-Nederlandse schilder, die te Brussel een plaats van aanzien bekleedde. Zijn productie was omvangrijk vooral van religieuze stukken. Hij werkte met een groot aantal medewerkers en leerlingen, maar zijn doeken bleven altijd verzorgd van uitvoering.
Zowel inzake compositie als lichtbehandeling en koloriet was Rubens zijn grote voorbeeld.

Het schilderij van Leefdaal is aangekocht in 1662. Het nieuwe doek was naar de trant van de tijd hoog van formaat. Bij de levering van een nieuwe portiekaltaar in 1669 diende het aangepast.
Het schilderij kende een bewogen geschiedenis. Bij dreigend oorlogsgevaar bracht men het te Leuven in veiligheid. Het onderging talrijke restauraties.

In 1891 dacht de kerkfabriek het te verkopen om de vergroting van de parochiekerk te bekostigen. Het gemeentebestuur kelderde het project, niet uit kunstzin, maar omdat het vreesde mee te moeten opdraaien voor de kosten van de geplande werken.

Gaspar De Crayer heeft de klassieke voorstelling geschilderd van de verschijning van het kruisdragend hert aan Hubertus. De heilige knielt neer met de rechterhand voor de borst. Hij draagt een rode jas, een witte broek, laarzen en een zwaard. In de linkerhand houdt hij een muts met rode veren. Voor hem ligt zijn jachthoorn en staat een groep jachthonden afgebeeld. Achter hem verschijnt de kop van zijn schimmel. Links in de achtergrond verdwijnt een groep jagers met paard en honden.
De voorstelling stemt tot in de details overeen met een analoog doek uit de Sint Jakobskerk te Leuven dat nu ophangt in de voorlopige kapel aldaar.

Het is bekend dat de legende van de Hubertusbekering is afgeleid van die van de Romeinse soldaat Eustachius en wellicht in oorsprong teruggaat op een voorchristelijk verhaal.

De Crayer was een voortreffelijk schilder, zij het geen geniaal grootmeester zoals Rubens. Het schilderij te Leefdaal bewijst het:
Niet de drift van de jacht en het plotse onderbreken hiervan worden beklemtoond; niet de onsteltenis van de jager, niet de wildheid van het woud… maar de pracht van de kledij, de sierlijkheid van het gebaar. Mooi… zijn de dieren, het hert, de honden en het paard; weelderig zijn… de kleuren: rood, goudgeel, zilverwit en bruingroen; warm als herfstkleuren, met een gedempte gloed, naglans van een zomerse felheid en intensiteit, die wij eerder bij Rubens aantreffen” en “De kunstenaar dist een mooi en stichtend verhaal op en het verhaal is mooi opgedist. De Crayer heeft ter dege bereikt wat hij wou: het gemoed strelen en door schoonheid behagen” (Jos De Maegd).

Dit artikel is geplaatst in Geschiedenis. Bookmark de permalink.

4 Responses to “De bekering van Hubertus” van G. De Crayer

  1. Pingback: De Sint-Lambertuskerk te Leefdaal | Leefdaal

  2. Johan Morris schrijft:

    In verband met de legende van Hubertus en over het leven van zijn voorganger Lambertus is deze webpagina interessant:
    http://www.sterre-der-zee.nl/geschiedenis/

    Een fragmentje. “In werkelijkheid is het motief van de verschijning van een hert met een kruis in het gewei ontleend aan de H. Eustachius (bijvoorbeeld op een glas-in-lood-raam in de kathedraal van Chartres), die zijn feestdag had op 2 november, één dag vóór Hubertus, 3 november. Door contaminatie, pas in de 15e eeuw ontstaan ten gevolge van de onmiddellijke nabijheid van beide feesten, is het motief van de ene op de andere heilige overgegaan.

    Eigenlijk had men, als men toch op zoek was naar een typische afbeelding uit het leven van de H. Hubertus, hem als visser moeten afbeelden. Toen Hubertus eens in Nivelle, onder Maastricht verbleef, ging hij vissen in de Maas. Hij bond zijn kleren samen, en nam plaats in een boot. Er moesten palen in de rivierbodem geslagen worden. Toen Hubertus met zijn hand een paal vasthield, sloeg één van zijn dienaren per ongeluk met de opgeheven hamer, die hij niet meer kon tegenhouden, op zijn hand. Hubertus had zijn vingers gebroken.

    De volgende ochtend ging het vissen weer door. Toen al zijn dienaren in de boot waren, begon het te stormen. Een hoge golf sloeg op het bootje neer. Midden op de rivier brak het in tweeën, en zonk. Alle inzittenden vielen in het water. Toen Hubertus dit zag, sloeg hij zijn ogen ten hemel en bad: « Gij, Heer Jezus Christus, aan wie de zee en de wind gehoorzamen, wiens voeten gewichtloos over het water liepen, wiens Geest in den beginne, nog vóór de schepping van het licht, over de wateren zweefde, ik smeek U, strek Uw rechterhand naar ons uit ».”

  3. Pingback: Lambertus, kerkpatroon van Leefdaal | Leefdaal

  4. Pingback: Lof Sanck van S. Huybrecht | Wreed en Plezant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.